geknok

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanhoudend vechten
    De stress, de wanorde, het geknok om de ideale positie, de zenuwachtige aanloop naar de sprint, de valpartijen; de Italiaan zei het na 2004 daadwerkelijk gemist te hebben.Het Parool 5 JULI 2010 [https://www.parool.nl/sport/renners-tonen-weinig-respect-voor-elkaar~a303738/ Renners tonen weinig respect voor elkaar ]
    En ja, als Liborio in een tehuis terechtkomt neemt het boek ondanks het geknok en gevoel enkele mierzoete wendingen. NRC Roos van Rijswijk 21 april 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/21/bravoure-als-in-een-actiefilm-8341726-a1555394 Bravoure als in een actiefilm ]

Etymologie

* van knokken