gekraak

onzijdig (het)/ɣəˈkrak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het kraken
    Het gekraak van de traptreden verried de inbreker.
    Aan de hoogste flanken van de bergen kleven donzige wolken, als uit elkaar gerafelde wattenproppen. Stil is de vallei niet: de Dora, vijfhonderd meter dieper, tolt gezwind naar beneden en het gebruis is tot hier hoorbaar. Een pompende ademhaling en het gekraak van de pedalen in de bochtjes komen daarbovenop.de Standaard 05 MAART 2011 Tim Vanderjeugd [http://www.standaard.be/cnt/os36v84g Op twee wielen tussen berg en dal ]
    De Australische grote pijlstormvogels op Lord Howe Island maakten hoorbaar een krakend geluid als je ze voorzichtig op de buik duwde. Dit was alles behalve normaal, realiseerden de biologen die de vogels bestudeerden zich meteen.Het gekraak kwam door honderden stukjes plastic in de maag van de vogels.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/22/de-krakende-kuikens-bleken-vol-plastic-te-zitten-a4894152 www.nrc.nl (22 mei 2025)]

Etymologie

* van kraken