geldboom

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een fictieve sprookjesboom waaraan geld groeit
    Lana uit Den Haag wil graag dat er geldbomen bestonden. “Zodat iedereen geld heeft en er geen arme meer zijn”. De Telegraaf 06 jan. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/454181/als-kinderen-de-baas-van-nederland-zouden-zijn Als kinderen de baas van Nederland zouden zijn]
  2. een onuitputtelijke bron van inkomsten waarvoor men geen contraprestatie hoeft te leveren
    United Vansen en Wang willen daarmee zeggen dat ADO de eerder verkregen Chinese miljoenen dankbaar investeert in de club, maar over de grens te weinig zaadjes plant om op langere termijn biljetten van een grote Chinese geldboom te kunnen plukken. De Telegraaf 13 dec. 2016 [https://www.telegraaf.nl/sport/21392/ado-laat-een-pot-chinees-goud-staan 'ADO laat een pot Chinees goud staan']
    Paris Saint-Germain wacht nog op zijn eerste overwinning in de Franse competitie. De voetbalclub uit de hoofdstad, waar de geldboom tot in de hemel groeit, kwam zondagavond op Corsica tegen AC Ajaccio niet verder dan een teleurstellende 0-0. Tubantia 19-08-12 [https://www.tubantia.nl/buitenlands-voetbal/paris-saint-germain-wint-weer-niet~a8ed887a/ Paris Saint-Germain wint weer niet]