geleerde

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˈlerdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die onderricht en bekwaam is in een bepaalde tak van de wetenschap
    Tijdens een plechtige zitting kregen vier geleerden een eredoctoraat uitgereikt.
    Mijn vermoeden zou zijn dat u zijn gezelschap kunt waarderen. Hij is een eminent geleerde.'
    Myra is een stadje in Lycië, aan de zuidkust van Turkije. Daar hebben twee bisschoppen gewoond die Nicolaas heetten. De eerste leefde in het begin van de vierde eeuw en de geleerden zijn het nog steeds niet met elkaar eens of over hem iets met zekerheid kan worden gezegd.
zelfstandig naamwoord
  1. kennis die men na onderwijs heeft verworven
    Tijdens de stage kan de student het geleerde in praktijk brengen.

Etymologie

*[B] : "geleer" met de uitgang -de

Vertalingen

Engelsscholar
Franssavant, savante
DuitsGelehrte
Spaansestudioso, erudito