gelijkbenig
Wat is de betekenis van gelijkbenig?
gelijkbenig betekent: waarvan twee aanliggende zijden gelijk in lengte zijn
Betekenis
- waarvan twee aanliggende zijden gelijk in lengte zijn
- waarvan de twee niet-evenwijdige zijden gelijk in lengte zijn
Voorbeelden van "gelijkbenig" in een zin
- Die taartpunt heeft de vorm van een gelijkbenige driehoek.
- Alleen als het gelijkbenig is, kan een trapezium een koordenvierhoek zijn.
Betekenis en uitleg van gelijkbenig
Gelijkbenig verwijst naar een geometrische figuur, meestal een driehoek, waarbij twee zijden van gelijke lengte zijn. Dit zorgt ervoor dat de hoeken tegenover deze zijden ook gelijk zijn, wat interessante eigenschappen met zich meebrengt.
Je gebruikt het woord 'gelijkbenig' vaak in de context van wiskunde, vooral bij het bespreken van driehoeken. Het benadrukt de symmetrie in de figuur en kan helpen bij het oplossen van problemen die met hoeken en zijden te maken hebben. Dit begrip is ook belangrijk in de architectuur en design, waar symmetrie vaak een esthetische waarde heeft.
Voorbeelden
- In de wiskundeles leerde we dat een gelijkbenige driehoek altijd twee gelijke hoeken heeft.
- Tijdens het tekenen van een gelijkbenige driehoek zorgde ik ervoor dat de zijden precies even lang waren.
- De architect besloot om gelijkbenige vormen te gebruiken voor het ontwerp van het gebouw, om een gevoel van harmonie te creëren.
Woordoorsprong
Het woord 'gelijkbenig' is samengesteld uit 'gelijk', wat 'dezelfde' betekent, en 'benig', wat verwijst naar de lengtes van de zijden. De term komt voort uit de geometrische beschrijving van driehoeken.
Veelgestelde vragen over gelijkbenig
Wat is de betekenis van gelijkbenig?
gelijkbenig betekent: waarvan twee aanliggende zijden gelijk in lengte zijn
Hoeveel betekenissen heeft gelijkbenig?
gelijkbenig heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je gelijkbenig in een zin?
Voorbeeld: “Die taartpunt heeft de vorm van een gelijkbenige driehoek.”
Etymologie
Een leenvertaling van het Neolatijnse isosceles, dat zelf ontleend is aan het Oudgriekse ἰσοσκέλης