woorden
boek
Start
›
G
›
geloofsgoed
geloofsgoed
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
religie
(religie) het onveranderlijke geheel van geopenbaarde waarheden in de Katholieke Kerk, die gebaseerd zijn op de Traditie en de Schrift
Verwante woorden
gelobberd
gelobby
gelobbyd
gelobd
gelobde
gelodderd
gelodderoogd
gelode
geloefd
geloei
geloeid
geloenst
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← geloofsgeweld
geloofsgroei →