geloop

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanhoudend en onrustig lopen
    De liefde voor mieren heet formicofilie. Het geloop van mieren of andere insecten over gevoelige lichaamsdelen veroorzaakt bij sommige mensen opwinding.NRC 6 juni 2015
    Hele dag heen en weer geloop, vanaf 23 uur muziek (zware bas), 23:30 uur aangebeld, drie Duitstalige jongens in zware wietdamp aangetroffen.NRC Mirjam Remie 28 augustus 2016

Etymologie

* van lopen

Vertalingen

Engelswalking, coming and going, trotting