geloven
Wat is de betekenis van geloven?
geloven betekent: (ov) overtuigd zijn dat iets waar is
Betekenis
- (ov) overtuigd zijn dat iets waar is
- (ov) iemand ~: zich door iemand laten overtuigen
Voorbeelden van "geloven" in een zin
- Hij geloofde dat de aarde door vliegende schotels bezocht werd.
- Hij vertelde me dat hij ooit vijf dagen volledig afgezonderd in de Australische outback was gedropt met niet meer dan een stuk zeil, wat eten en drinken en een bijbel. Het was een bewustwordings-survival-oefening van de kerk van zijn ouders. Het had veel indruk op hem gemaakt. Hij was in die vijf dagen niet gek geworden en hij had de bijbel twee keer gelezen maar geloofde nog steeds niet in God.
- Ik weet meer over het verleden van de prinses dan welke sterveling ook, en het ware verhaal is minder sprookjesachtig dan de troubadours ons willen doen geloven.
- Hij geloofde de oplichter en deze wist hem veel geld af te troggelen.
Betekenis en uitleg van geloven
Geloven betekent dat je iets als waar aanneemt, vaak zonder dat er concrete bewijzen voor zijn. Het kan gaan om geloof in een persoon, een idee of zelfs in iets abstracts, zoals liefde of rechtvaardigheid.
Het woord 'geloven' wordt vaak gebruikt in religieuze contexten, maar het kan ook in het dagelijks leven voorkomen. Bijvoorbeeld, je kunt geloven in de capaciteiten van een vriend of geloven dat alles goed zal komen. De nuance van het woord kan variëren van een diep religieus geloof tot een meer alledaagse overtuiging.
Voorbeelden
- Zij gelooft dat hard werken uiteindelijk beloond zal worden.
- Hij gelooft in de kracht van positieve gedachten.
- Veel mensen geloven dat liefde de wereld kan veranderen.
Woordoorsprong
Het woord 'geloven' stamt af van het Oudgermaanse 'galaubōną', wat zoiets betekent als 'toestaan' of 'vertrouwen'.
Veelgestelde vragen over geloven
Wat is de betekenis van geloven?
geloven betekent: (ov) overtuigd zijn dat iets waar is
Hoeveel betekenissen heeft geloven?
geloven heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je geloven in een zin?
Voorbeeld: “Hij geloofde dat de aarde door vliegende schotels bezocht werd.”
Etymologie
*afgeleid van loven
Uitdrukkingen
- Eraan moeten geloven — Iets tegen wil en dank moeten ondergaan
- Er geen spaan (bal, snars, etc.) van geloven — Ergens niets van geloven
- Iemand geloven bij ja en neen — Iemand onvoorwaardelijk geloven
- Iemand op zijn blauwe ogen geloven — Iemand onvoorwaardelijk geloven
- Iemand op zijn woord geloven — Iemand onvoorwaardelijk geloven
- Zijn ogen/oren niet geloven — Iets zien of horen dat zo absurd is dat men twijfelt aan de eigen zintuiglijke waarneming
- De ganzen geloven niet dat de kiekens hooi eten — Zelfs domme mensen laten zich zomaar niet alles wijsmaken
- Die geloven, haasten [zich] niet. — Wie denkt dat iets toch wel een goed einde zal nemen, wacht rustig het verloop ervan af