gemanoeuvreer

onzijdig (het)/ɣəˌmanuˈvrer/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voortdurend onhandig handelen
    Haar opwinding was waarschijnlijk al gewekt tijdens het gemanoeuvreer met het gescheurde slipje.
  2. voortdurend onhandig draaien en keren
    Neem de begrafenissen; dat was zonder middengang eigenlijk geen doen. Dat gemanoeuvreer met de baar door de zijgang, verschrikkelijk.

Etymologie

* van manoeuvreren