genaak
Wat is de betekenis van genaak?
genaak betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genaken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genaken
- gebiedende wijs van genaken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genaken
Voorbeelden van "genaak" in een zin
- Ik genaak.
- Genaak!
- Genaak je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek