genade
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het afzien van een gerechtvaardigde bestraffingDat was meer genade dan recht.
- een onverdiende gunstHet zijn poëtische offergaven: ze beginnen met een aanroep van de godheid, en meestal eindigen ze met een groet aan dezelfde god en een afsmeken van genade in ruil voor een nieuw lied voor de godheid.Maar er bestond geen redder in nood, fulmineerde Hansje, noch genade of verlossing.
- de onverdiende gunst of gave van God die de mens verheft en doet deelnemen aan het goddelijk leven
Etymologie
* In de betekenis van ‘gratie, gunst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- Goeie/Grote genade! — Uitroep van sterke verbazing en/of ontsteltenis
Vertalingen
Engelsabsolution, charity, grace
Spaansclemencia, gracia, misericordia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek