geneesbaar

Wat is de betekenis van geneesbaar?

geneesbaar betekent: te genezen, zodat de patiënt de ziekte niet meer heeft

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. te genezen, zodat de patiënt de ziekte niet meer heeft

Voorbeelden van "geneesbaar" in een zin

  • Uit gesprekken met Van den B. leerde ik dat hij wellicht niet geneesbaar, wel behandelbaar is.

Etymologie

Naamwoord van handeling van genezen met het achtervoegsel -baar