genegenheid
vrouwelijk (de)/ɣə'neɣənɦɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) het gesteld zijn op iemandHij koesterde een grote genegenheid voor die rakker van een buurjongen.
Etymologie
*Afgeleid van genegen .
Vertalingen
Engelsfondness
Fransaffection, bienveillance
DuitsZuneigung
Spaansafecto, cariño, simpatía
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek