genetica

vrouwelijk (de)/ɣeˈnetiˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) de wetenschap van alles wat de werking van genen betreft, in het bijzonder erfelijke overdracht
    Dankzij de wetenschappelijke vooruitgang binnen de genetica is de laatste decennia onze kennis van erfelijk overdraagbare ziekten snel toegenomen.

Etymologie

*Afkomstig van het Oudgriekse γενετικός, genitief van γένεσις.

Vertalingen

Engelsgenetics
Fransgénétique
DuitsGenetik
Italiaansgenetica
Portugeesgenética