genezen
Wat is de betekenis van genezen?
genezen betekent: (erga), (medisch) gezond worden, herstellen van ziekte of verwonding
Betekenis
- (erga), (medisch) gezond worden, herstellen van ziekte of verwonding
- (erga), (medisch) (van een ziekte zelf) weer overgaan, weer voorbijgaan
- (ov), (medisch) iemand gezond maken
- (ov), (medisch) (een ziekte) helen
- (figuurlijk) niet meer geloven in een verkeerde opvatting
Voorbeelden van "genezen" in een zin
- Het was een wonder dat zij van deze dodelijke ziekte genazen.
- Een verkoudheid geneest meestal vanzelf.
- Hij werd door een beroemd arts behandeld en genezen.
- Hij zegt uit naam van Jezus allerlei kwalen te kunnen genezen en zelfs blinden weer te kunnen laten zien.
- De tweede werd geboren in de zesde eeuw. Eigenlijk was hij een zeer eenvoudige monnik, die later abt werd van het klooster in Myra. Een bijzonder vrome man, die door zijn gebed de mensen kon genezen. Hij overleed op 10 december van het jaar 564.
Betekenis en uitleg van genezen
Genezen betekent het herstellen van gezondheid of welzijn, vaak na een ziekte of verwonding. Het impliceert een proces waarbij iemand of iets weer in een betere toestand komt, zowel lichamelijk als geestelijk.
Het woord 'genezen' wordt vaak gebruikt in medische contexten, zoals het herstel van een blessure of het overwinnen van een ziekte. Het kan ook breder worden toegepast, bijvoorbeeld in emotionele of psychologische zin, als iemand weer in balans komt na een moeilijke periode. De nuance van het woord kan variëren van een volledig herstel tot een verbetering van de situatie.
Voorbeelden
- Na maanden van therapie voelde ze zich eindelijk genezen van haar angststoornis.
- De wond was goed verzorgd en begon snel te genezen.
- Na zijn hernia-operatie had hij veel geduld nodig om volledig te genezen.
Woordoorsprong
Het woord 'genezen' is afgeleid van het Oudnederlands 'ganissa', wat 'gezond maken' betekent. Het heeft verwanten in andere Germaanse talen, die ook de betekenis van herstel of gezondheid delen.
Veelgestelde vragen over genezen
Wat is de betekenis van genezen?
genezen betekent: (erga), (medisch) gezond worden, herstellen van ziekte of verwonding
Hoeveel betekenissen heeft genezen?
genezen heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je genezen in een zin?
Voorbeeld: “Het was een wonder dat zij van deze dodelijke ziekte genazen.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘beter (doen) worden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200
Uitdrukkingen
- Voorkomen is beter dan genezen. — door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen