Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

genieperd

mannelijk (de)/ɣəˈnipərt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, pejoratief (persoon) (pejoratief) iemand die anderen stiekem nadeel wil bezorgen
    De genieperd, die tot half drie was weggebleven, en achtenveertig uur had verzwegen dat 'ie poen bezat.
    ‘Pietje Bell is een genieperd en staat lang niet op één lijn met Dik Trom,’ schreef J. Riemens-Reurslag in 1949.

Etymologie

*afgeleid van "geniep"