genieten
/ɣəˈnitə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voordeel hebben van iets.Het bedrijfsleven geniet er vele belastingvoordelen.
- ergens aangename gevoelens door ervarenHij geniet er altijd enorm van.Zo ver je kon kijken waren de bergen bedekt met sneeuw, fonkelend in de ochtendzon. En dan te bedenken dat het hoogzomer was. Het was net een sprookje. Helaas was er geen tijd om te genieten van het prachtige uitzicht want we moesten zo snel mogelijk de berg af zien te komen: het weer zou zo weer kunnen omslaan.
Etymologie
*van Middelnederlands ghenieten, , verwant aan nut en genoot
Uitdrukkingen
- niet te genieten
Vertalingen
Engelsenjoy, benefit
Fransréjouir
Duitsgenießen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek