genoeg

/ɣəˈnux/

Betekenis

voornaamwoord
  1. voldoende, in een hoeveelheid die niet te veel en niet te weinig is
    Zo is het wel genoeg thee.
    Er zijn mensen genoeg die niet van thee houden.
    Want ieder jaar gaat er een nieuw Pietje mee, klein genoeg om door de schoorstenen te roetsjen en handig in klauteren en springen.
tussenwerpsel
  1. stop!;
    Genoeg daarmee!

Etymologie

* In de betekenis van ‘onbepaald telwoord: voldoende’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Uitdrukkingen

  • Ergens genoeg van krijgen/hebbenErgens verveeld door raken
  • Ergens schoon genoeg van hebbenErgens helemaal genoeg van hebben

Vertalingen

Engelsenough
Fransassez
Duitsgenug
Spaansbastante