genoeg
/ɣəˈnux/
Betekenis
voornaamwoord
- voldoende, in een hoeveelheid die niet te veel en niet te weinig isZo is het wel genoeg thee.Er zijn mensen genoeg die niet van thee houden.Want ieder jaar gaat er een nieuw Pietje mee, klein genoeg om door de schoorstenen te roetsjen en handig in klauteren en springen.
tussenwerpsel
- stop!;Genoeg daarmee!
Etymologie
* In de betekenis van ‘onbepaald telwoord: voldoende’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Uitdrukkingen
- Ergens genoeg van krijgen/hebben — Ergens verveeld door raken
- Ergens schoon genoeg van hebben — Ergens helemaal genoeg van hebben
Vertalingen
Engelsenough
Fransassez
Duitsgenug
Spaansbastante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek