genot

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. genoegen, plezier
    Deel I bestaat uit de geschriften van een 'estheet', iemand die zijn leven in dienst stelt van zijn zintuigen en van genot en vervoering.
    Aan de tafel bij het raam zitten Gijs en Giorgos met elkaar te kletsen onder het genot van een borrel.
    Het was een genot om hier weer te zijn.
  2. gebruik, voordeel, profijt

Etymologie

* van genieten

Vertalingen

Engelspleasure, use
Spaansdelicia, placer, uso