geograaf

mannelijk (de)/ˌɣejoˈɣraf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde, beroep (aardrijkskunde) (beroep) iemand die de relatie tussen mensen en hun natuurlijke omgeving vanuit een ruimtelijk perspectief bestudeert, en de natuurlijke gesteldheid van de bodem bestudeert

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aardrijkskundige’ voor het eerst aangetroffen in 1813

Vertalingen

Engelsgeographer
Fransgéographe
DuitsGeograf
Spaansgeógrafo
Italiaansgeografo
Zweedsgeograf