geoha
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aanhoudend ouwehoeren, leuteren of kletsenBromfietsgeknetter, oorverdovende versnippering van boomstammen, luidkeels geoha op mobieltjes, alles mag. Maar de straatroep is gesmoord. Zelfs op de markt mogen kooplieden niet meer roepen. Nee, het is gedaan met die rauwe, soms onverstaanbare, mooie, lelijke kreten. Jammer, jammer. Bijna zou ik het willen schreeuwen. Maar het mag niet. NRC P. van der Eijk 7 juni 2005 [https://www.nrc.nl/nieuws/2005/06/07/arebei-mooie-arebei-10530620-a1290265 Arebei, mooie arebei]
Etymologie
* verkorting van geouwehoer, van ohaën
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek