gepast
/ɣəˈpɑst/
Wat is de betekenis van gepast?
gepast betekent: goed aansluitend bij de situatie of bedoelingen
Betekenis
werkwoord
- goed aansluitend bij de situatie of bedoelingen
- behoorlijk, fatsoenlijk
- (kleding|nld) die iemand heeft aangehad om te zien of het de goede maat heeft
- (bij contante betaling) met precies het juiste bedrag, zodat geen wisselgeld nodig is
Voorbeelden van "gepast" in een zin
- Met gepaste bewoordingen wist hij de ruziemakers tot rust te brengen.
- De perrons zijn verlaten, in de hal zitten de reizigers op gepaste afstand van elkaar op de wachtbanken, die anders vol zijn. Deze hele week is het al rustiger dan normaal, maar deze vrijdag is het echt opvallend stil, zegt een NS-medewerker. Toch nemen ook nog aanzienlijk wat mensen wél de trein.
- Vloeken is geen gepast gedrag.
- Hij was vijfenzestig geworden, dan was het niet langer gepast. Dat nam niet weg dat het een observatie was die niet te vermijden viel, en wat hij bij zichzelf in zijn zolderkamer dacht kon niemand schaden of in verlegenheid brengen.
- Wilt u de gepaste broeken weer in het rek hangen?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek