geplas

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het voortdurend urineren
    Aan de rand van het feestterrein stonden zelfs mobiele toiletunits voor de mannen. "Dat is beter dan het geplas in de bosjes", zegt medeorganisator Hans Rikhof van evenementenbureau HR Sound. Tubantia 07-08-17 [https://www.tubantia.nl/haaksbergen/tweede-editie-tropical-night-haaksbergen-groot-succes~addbb53b/ Tweede editie Tropical Night Haaksbergen groot succes]
    Een van de smartelijke gevolgen was dan ook dat de toiletjuffrouw onnoemlijk meer euro's verdiende aan het geplas van de passanten dan ik aan hun belangstelling voor mijn boekje. De Standaard 10 NOVEMBER 2004 [http://www.standaard.be/cnt/g12a4mb4 DE KLEREN VAN DE KEYZER. Signeren]
    Van Dam wordt gek van het gekrijs en geplas in zijn buurt, vooral 's nachts. De acties van Ai!Amsterdam en de horeca in de Jordaan zetten het stadsdeelbestuur onder steeds grotere druk. Met als doel: vrijheid, blijheid, minder regels, meer plezier. En de bewoners? Die worden steeds verder weggedrukt in de strijd voor een leefbare en gezellige Jordaan. Dat moet anders. Zoals het nu gaat, wordt roofbouw gepleegd op onze Jordaan. Het Parool 31 AUGUSTUS 2009 [https://www.parool.nl/binnenland/-amsterdam-wordt-salou-aan-de-amstel~a260420/ 'Amsterdam wordt Salou aan de Amstel']
  2. het voortdurend morsen met water

Etymologie

* van plassen