gerecht
onzijdig (het)/ɣəˈrɛxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereidWelk gerecht staat er vanavond op het menu?De meester van Trail Magic was Coppertone, die ik meer dan acht keer ben tegengekomen tussen Mexico en Canada. Hij reed in zijn camper naar het noorden en dook op de gekste plekken op. Hij deelde dan zijn befaamde root-beer-float Trail Magic uit: een wonderlijk Amerikaans gerecht dat bestond uit een bolletje vanille-ijs in een plastic bekertje met root-beer (een soort ginger ale).
- (juridisch) rechtbank, de rechterHij moest voor het gerecht verschijnen.
- (geschiedenis), (juridisch) lokale bestuursvormAan de westzijde van het gerecht Oostveen bevonden zich respectievelijk de soortgelijke uitgestrekte gerechten.[http://www.debilt.nl/algemeen/artikelen/vrije-tijd-en-cultuur/historie/historie-kernen/maartensdijk.aspx debilt.nl]
werkwoord
- rechtvaardighij zal zijn gerechte straf niet ontlopen
Etymologie
* van rechten
Vertalingen
Engelsdish, food, court
Franstribunal
DuitsGericht, Gericht
Spaansguiso, manjar, plato
Russischблюдо, суд
Poolsdanie, sąd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek