gereden

/χə.ˈre.jə(n)/

Wat is de betekenis van gereden?

gereden betekent: voltooid deelwoord van rijden

Betekenis

werkwoord
  1. werkwoordsvorm in het nederlands, woorden met boekreferenties voltooid deelwoord van rijden

Voorbeelden van "gereden" in een zin

  • ' 'Dus het zou kunnen,' zegt Nikki, 'dat Casper tegen die boom is gereden omdat hij gedrogeerd was?' 'Nee, dat denken we niet.
  • Een jaar geleden was hij op een onverharde weg in het bos aan het kamperen toen er ’s nachts een crossmotor recht over zijn tent heen was gereden.

Betekenis en uitleg van gereden

Het woord 'gereden' is de verleden tijd van het werkwoord 'rijden', en het verwijst naar de actie van zich voortbewegen op een voertuig, zoals een auto, fiets of paard. Het kan ook betekenen dat iemand een bepaalde afstand of route heeft afgelegd.

Je gebruikt 'gereden' vaak om te beschrijven dat je in het verleden ergens naartoe bent gegaan met een voertuig. Het kan ook in een bredere context worden gebruikt, bijvoorbeeld om te verwijzen naar het rijden voor plezier of als onderdeel van een reis. De nuance kan variëren afhankelijk van de context; bijvoorbeeld, 'gereden' kan ook een gevoel van prestatie of avontuur impliceren.

Voorbeelden

  • Gisteren heb ik 200 kilometer gereden voor mijn werk.
  • Tijdens de vakantie hebben we door de bergen gereden en genoten van het prachtige uitzicht.
  • Hij heeft nog nooit een motor gereden, maar hij wil het graag leren.

Woordoorsprong

Het woord 'rijden' stamt af van het Oudgermaanse *rīdan, wat 'zitten' of 'voortbewegen' betekent. Dit laat zien dat de oorsprong van het woord verbonden is met de actie van zich voortbewegen.

Veelgestelde vragen over gereden

Wat is de betekenis van gereden?

gereden betekent: voltooid deelwoord van rijden

Hoe gebruik je gereden in een zin?

Voorbeeld: “' 'Dus het zou kunnen,' zegt Nikki, 'dat Casper tegen die boom is gereden omdat hij gedrogeerd was?' 'Nee, dat denken we niet.

Etymologie

*vervoeging van rijden: de stam met omvoegsel ge- -en en een klinkerwisseling ij-ee (IPAː /ɛi/ - /e/)