gerei

onzijdig (het)/ɣəˈrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. benodigdheden voor een bepaalde taak
    Hij wilde zich scheren en haalde zijn gerei uit zijn tas.
    Andere kookleraressen uit die tijd hebben het onveranderlijk over een ijzeren potje als het ideale gerei.
zelfstandig naamwoord
  1. dichterlijk (dichterlijk) beweging en geluid als van een rondedans
    Ze wachtte de herhaling van het aangrijpend geluid, en vernam slechts het gewone gerei uit de buurt.

Etymologie

*[B] "reien"

Vertalingen

Spaanschismes, herramientas