gericht

onzijdig (het)/ɣəˈrɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch, formeel (juridisch) (formeel) gerecht, rechtbank, de rechter
werkwoord
  1. een bepaald doel hebbend
    Door de gerichte actie van de politie werden veel dronken autobestuurders van de weg gehaald.

Etymologie

(in de betekenis "mikken")

Uitdrukkingen

  • Alle / aller ogen zijn gericht op Kwatta