gerijmel
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het schrijven van rijmende gedichtjes van weinig literaire kwaliteitIn deze macabere ambiance klonk in een sinistere hoek opeens een ridicuul gerijmel: een kwetterende kwibus sms’te met een vinkenslag een geïmproviseerde rap naar het mobiele nummer van de primus inter pares onder de pleitbezorgers voor onze normen en waarden. Reformatorisch Dagblad 14-12-2004 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/groot-dictee-2005-normen-en-waarden-1.20785 Groot Dictee 2005: Normen en waarden]Tot de jaren vijftig golden klassieke sonnetten van dichters als J.C. Bloem en Adriaan Roland Holst als het hoogst haalbare in de Nederlandstalige poëzie. De Vijftigers pakten het anders aan. „Geen gerijmel. Geen voorgeschreven dreun”, zo vat Kouwenaar hun zelf verkozen opdracht samen. NRC Derk Walters 24 december 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/12/24/gevoelens-moet-je-terugdringen-12140836-a386672 Gevoelens moet je terugdringen]Bijgevolg was er weinig waardering voor letterkunde van vóór de Gouden Eeuw, zoals het ‘misselijk gerijmel’ van Anna Bijns (1493-1575). En Karel ende Elegast (13de eeuw), een klassieker naar huidige maatstaven, was volgens Vaderlandsche letteroefeningen zelfs ‘een misselyke roman’. NRC Arjen Fortuin 16 december 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/12/16/vondel-in-de-canon-als-vaderlander-12134347-a921272 Vondel in de canon als vaderlander]
- dichtwerk van zeer slechte kwaliteit
Etymologie
* van rijmen
Vertalingen
Engelsrhyme, doggerel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek