gerstekorrel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) zaadkorrel van gerst
- (medisch) wit gezwelletje aan het ooglid door verstopping van de talg- of zweetklieren
- zeker patroon in breisteek
- zekere soort van wit weefsel, genoemd naar het erin geweven patroon
Etymologie
* In de betekenis van ‘gezwelletje aan ooglid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1871
Vertalingen
Engelsmilium, milk spot, oil seed
Fransmilium, acné miliaire
DuitsHautgrieß, Grießkörner
Poolsprosaki
Zweedsmilier
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek