gerucht
onzijdig (het)/ɣəˈrʏxt/
Wat is de betekenis van gerucht?
gerucht betekent: lawaai; een klein geluid
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lawaai; een klein geluid
- een mededeling of nieuwtje dat de ronde doet maar nog niet bevestigd is, zodat je niet zeker bent of het waar is
Voorbeelden van "gerucht" in een zin
- Het was in het tuintje stampvol zacht gerucht van allerlei groeisel bewegend in een zwakke nachtwind.
- "Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan" is een lied over een gerucht.
- Welke geruchten over de oorlog in Oekraïne gaan er rond?
Etymologie
* van Middelnederlands "geruchte" / "gheruchte", in de betekenis van ‘geluid’ aangetroffen vanaf 1200
Vertalingen
Engelsrumor, rumour, sound
Fransrumeur
DuitsGerücht
Spaansrumor, ruidito, habladuría
Russischслух, сплетня
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek