gerucht
Wat is de betekenis van gerucht?
gerucht betekent: lawaai; een klein geluid
Betekenis
- lawaai; een klein geluid
- een mededeling of nieuwtje dat de ronde doet maar nog niet bevestigd is, zodat je niet zeker bent of het waar is
Voorbeelden van "gerucht" in een zin
- Het was in het tuintje stampvol zacht gerucht van allerlei groeisel bewegend in een zwakke nachtwind.
- "Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan" is een lied over een gerucht.
- Welke geruchten over de oorlog in Oekraïne gaan er rond?
Betekenis en uitleg van gerucht
Een gerucht is een onofficiële mededeling of verhaal dat van mond tot mond wordt doorgegeven, vaak zonder dat er harde feiten aan ten grondslag liggen. Het kan zowel positief als negatief zijn en heeft de neiging om zich snel te verspreiden.
Je hoort vaak geruchten in sociale kringen, op de werkvloer of zelfs in de media. Het woord wordt meestal gebruikt wanneer informatie niet bevestigd is en kan leiden tot geruchten die een eigen leven gaan leiden. Het kan ook een negatieve connotatie hebben, vooral als het om roddels gaat die schade aanrichten aan iemand's reputatie.
Voorbeelden
- Er gingen geruchten rond dat de populaire acteur in de stad was gespot, maar niemand kon het bevestigen.
- Op het werk waren er geruchten dat er ontslagen zouden vallen, wat veel collega’s in de war bracht.
- Ze hoorde een gerucht dat er een nieuw restaurant in de buurt zou openen, maar ze wachtte tot het officieel bekendgemaakt werd.
Woordoorsprong
Het woord 'gerucht' komt van het Middelnederlands 'geruchten', wat 'roepen' of 'verbreiden' betekent. Het is verwant aan het Duitse 'Gerücht'.
Veelgestelde vragen over gerucht
Wat is de betekenis van gerucht?
gerucht betekent: lawaai; een klein geluid
Hoeveel betekenissen heeft gerucht?
gerucht heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft gerucht?
gerucht is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je gerucht in een zin?
Voorbeeld: “Het was in het tuintje stampvol zacht gerucht van allerlei groeisel bewegend in een zwakke nachtwind.”
Etymologie
* van Middelnederlands "geruchte" / "gheruchte", in de betekenis van ‘geluid’ aangetroffen vanaf 1200