woorden
boek
Start
›
G
›
gescheld
gescheld
onzijdig (het)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het voortdurend schelden
Ik ben dat gescheld van de buren meer dan beu.
Etymologie
* van schelden .
Verwante woorden
gescalpeerd
gescalpeerde
gescand
gescande
gescandeer
gescandeerd
gescandeerde
geschaad
geschaaf
geschaafd
geschaafde
geschaakt
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gescheidsrechterd
geschelpt →