geschenk
onzijdig (het)/ɣəˈsxɛŋk/
Wat is de betekenis van geschenk?
geschenk betekent: iets dat men iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat men iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
- iets dat men krijgt
Voorbeelden van "geschenk" in een zin
- De geschenken lagen onder de kerstboom.
- 'Ik ben al heel lang uit de wieg,' mompelt ze, en ze raakt nog meer in de war als ze opeens aan het ongewenste geschenk van de miniatuurmaker moet denken.
- Wat een geschenk om met deze dames te hebben opgetrokken. Dit zou nooit gebeurd zijn als ik zo gehaast als thuis was geweest.
Etymologie
* van schenken
Vertalingen
Engelspresent, gift
Franscadeau
DuitsGeschenk
Spaansregalo
Italiaansregalo
Russischподарок
Turkshediye
Poolsprezent
Zweedspresent, gåva
Deensgave
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek