geschiedenisfilosofie
Wat is de betekenis van geschiedenisfilosofie?
geschiedenisfilosofie betekent: een tak van de filosofie die zich enerzijds bezighoudt met de betekenis die mogelijk kan worden toegekend aan de menselijke geschiedenis en anderzijds de praktijk van geschiedschrijving analyseert
Betekenis
- een tak van de filosofie die zich enerzijds bezighoudt met de betekenis die mogelijk kan worden toegekend aan de menselijke geschiedenis en anderzijds de praktijk van geschiedschrijving analyseert
- het onderzoek naar het waartoe van de menselijke geschiedenis
Voorbeelden van "geschiedenisfilosofie" in een zin
- Om een antwoord te vinden op de vraag hoe de vrijheid en de onontkoombaarheid samengaan en wat de essentie van deze twee begrippen uitmaakt, kan en moet de geschiedenisfilosofie een pad volgen tegengesteld aan het pad van de andere wetenschappen. In plaats van eerst de begrippen vrijheid en onontkoombaarheid in zichzelf te definiëren en de verschijnselen van het leven vervolgens bij die definities onder te brengen, moet de geschiedkunde uit de enorme hoeveelheid aan haar ondergeschikte verschijnselen, die zich altijd afhankelijk van de vrijheid en de onontkoombaarheid voordoen, een definitie van de begrippen vrijheid en onontkoombaarheid afleiden.
Veelgestelde vragen over geschiedenisfilosofie
Wat is de betekenis van geschiedenisfilosofie?
geschiedenisfilosofie betekent: een tak van de filosofie die zich enerzijds bezighoudt met de betekenis die mogelijk kan worden toegekend aan de menselijke geschiedenis en anderzijds de praktijk van geschiedschrijving analyseert
Hoeveel betekenissen heeft geschiedenisfilosofie?
geschiedenisfilosofie heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft geschiedenisfilosofie?
geschiedenisfilosofie is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van geschiedenisfilosofie?
Synoniemen van geschiedenisfilosofie zijn: geschiedfilosofie.
Hoe gebruik je geschiedenisfilosofie in een zin?
Voorbeeld: “Om een antwoord te vinden op de vraag hoe de vrijheid en de onontkoombaarheid samengaan en wat de essentie van deze twee begrippen uitmaakt, kan en moet de geschiedenisfilosofie een pad volgen tegengesteld aan het pad van de andere wetenschappen. In plaats van eerst de begrippen vrijheid en onontkoombaarheid in zichzelf te definiëren en de verschijnselen van het leven vervolgens bij die definities onder te brengen, moet de geschiedkunde uit de enorme hoeveelheid aan haar ondergeschikte verschijnselen, die zich altijd afhankelijk van de vrijheid en de onontkoombaarheid voordoen, een definitie van de begrippen vrijheid en onontkoombaarheid afleiden.”