geseling
mannelijk (de)/ˈɣesəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de zwaarste niet-verminkende lijfstraf
Etymologie
*Afgeleid van gesel .
Uitdrukkingen
- Een kermis is een geseling waard. — voor een pleziertje moet je iets (onaangenaams) overhebben
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek