gesjoemel

onzijdig (het)/ɣəˈʃuməl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch, informeel (juridisch) (informeel) de fraude, het geknoei
    Volkswagen geeft gesjoemel met 8 miljoen auto’s in EU toe [http://www.nrc.nl/nieuws/2015/10/05/volkswagen-geeft-gesjoemel-met-8-miljoen-autos-in-eu-toe www.nrc.nl]
    Europese Commissie wist al eerder dan 2012 over gesjoemel met diesels [http://www.nu.nl/volkswagen-schandaal/4367576/europese-commissie-wist-al-eerder-dan-2012-gesjoemel-met-diesels.html www.nu.nl]

Etymologie

* van sjoemelen

Vertalingen

Engelsshenanigans
Fransmagouille, manigance
DuitsSchum­me­lei
Spaansestafa
Italiaanstruffa
Zweedsfusk