geslachtsdrift

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˈslɑx(t)sdrɪft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. seksualiteit (seksualiteit) de drift om de geslachtsdaad te bedrijven
    Zijn onverzadigbare geslachtsdrift had de struisvogel al heel veel problemen opgeleverd.