gesnotter

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van gesnotter?

gesnotter betekent: het snuiven van de neus bij een neusverkoudheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het snuiven van de neus bij een neusverkoudheid
  2. het gehuil waarbij de tranen die in de neus komen zorgen voor het snuiven van de neus

Voorbeelden van "gesnotter" in een zin

  • Tijdens de griepepidemie is het overal een gesnotter en gehoest van jewelste.
  • Hou toch eens op met dat gehuil en gesnotter probeer alles toch eens van de positieve kant te bekijken.
  • Voor gevoelens is in het literatuuronderwijs geen plaats. Sterker nog: literatuurcritici uiten zich hierover nogal eens geringschattend. Van der Bolt citeert NRC Handelsblad-recensent Arnold Heumakers die zegt: "Ik heb niets tegen ontroering en geslik, gesnotter en gesnif onder de leeslamp. Maar als hoogste literaire criterium is ontroering toch iets dat ik vooral associeer met de puberteit. Voor wie pas begint te lezen, naïef en onervaren, zijn boeken die de tranen doen vloeien de beste. Er loopt een vochtig pad van `Alleen op de wereld' naar de echte literatuur. Daarna worden echte criteria belangrijker." NRC Jacqueline Kuijpers 16 september 2000

Betekenis en uitleg van gesnotter

Gesnotter verwijst naar het geluid dat ontstaat wanneer iemand zijn neus snuit of wanneer er slijm uit de neus komt. Het is een vrij informeel woord dat vaak een gevoel van onbehagen of ongemak oproept, vooral als het in gezelschap gebeurt.

Je gebruikt het woord gesnotter meestal in situaties waar mensen last hebben van verkoudheid of allergieën. Het kan ook een beetje spottend of lichtelijk denigrerend klinken, vooral als iemand in een stille ruimte luidkeels snuit. Het woord roept vaak associaties op met onbeleefd gedrag of ongemakkelijke momenten.

Voorbeelden

  • Tijdens de vergadering klonk er constant gesnotter van de collega die met een verkoudheid worstelde.
  • Toen het kind zijn neus begon te snuiten, vulde de kamer zich met het onaangename geluid van gesnotter.
  • Na een lange nacht met veel hoesten en gesnotter voelde ik me helemaal niet lekker.

Woordoorsprong

Het woord 'gesnotter' is afgeleid van het werkwoord 'snotteren', wat verwijst naar het snuiten van de neus. Het is gerelateerd aan woorden die te maken hebben met slijm en neusafscheiding.

Veelgestelde vragen over gesnotter

Wat is de betekenis van gesnotter?

gesnotter betekent: het snuiven van de neus bij een neusverkoudheid

Hoeveel betekenissen heeft gesnotter?

gesnotter heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft gesnotter?

gesnotter is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van gesnotter?

Synoniemen van gesnotter zijn: gegrien, gehuil, gejank, gesnik, gesnif.

Hoe gebruik je gesnotter in een zin?

Voorbeeld: “Tijdens de griepepidemie is het overal een gesnotter en gehoest van jewelste.

Etymologie

* van snotteren