gesnurk

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zware gesnuif in de slap
    ‘Hoe zachtjes verspreidt Morpheus zijn maanzaad over de vermoeide landman als die zijn grond en zijn vrouw heeft ingezaaid! Hij zal weldra een nieuwe wijze van voelen ervaren in de volmaakte zelfvergetelheid die wordt aangekondigd door luid gesnurk.’ NRC Elsbeth Etty 21 mei 2016

Etymologie

* van snurken