gestalte

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de vorm van een rechtopstaande mens
    Er verscheen een rijzige gestalte op de heuvel.
    Op de bok draait de kleinere gestalte zich naar de grotere.
    Nadat hij zich gemeld had, verscheen in de opening van de branddeur de morsige gestalte van de kok, die de kratten van hem aannam.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gedaante’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1542

Vertalingen

Engelsfigure, stature
Spaansestatura, talla