gestand
/ɣəˈstɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- blijvende trouw
- (verouderd) vaststaand, gehandhaafd{{ouds|1805{{ouds|1805
Etymologie
*van Middelnederlands "gestande" of "gestant"; op te vatten als afgeleid van verouderde "gestaan"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek