getuige

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˈtœyɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) iemand die een gebeurtenis heeft meegemaakt of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
    Andrew en ik dachten dat die vriendschap een leven lang zou duren, dat Malcolm en Etienne in de toekomst elkaars getuige zouden zijn bij hun huwelijk, en peetvader van hun respectieve kinderen.
    Terwijl ze in een kring rondom de kleine geborduurde beeltenis van het kindeke Jezus zitten, almaar biddend, urenlang, zich afwendend van de oceaan die tegen de ramen duwt, fluisterend, mompelend, elkaar vasthoudend, menen ze getuige te zijn van een wonder.
voorzetsel
  1. kondigt de grondslag aan waarop een uitspraak gedaan wordt
    De Dortherbeek heeft, getuige de sterk slingerende gemeentegrens, in het verleden sterk gemeanderd.

Etymologie

*De aanvoegende wijs van getuigen.

Uitdrukkingen

  • Eén getuige is geen getuige

Vertalingen

Engelswitness
Franstémoin
DuitsZeuge
Spaanstestigo
Poolsświadek
Zweedsvittne
Deensvidne