geur

mannelijk (de)/ɣør/

Wat is de betekenis van geur?

geur betekent: (biologie) gewaarwording met de neus van de aanwezigheid van een gasvormige uitwaseming

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) gewaarwording met de neus van de aanwezigheid van een gasvormige uitwaseming

Voorbeelden van "geur" in een zin

  • Hij kwam op de geur af en vroeg onschuldig: "Is er koffie?".
  • Geur is kennelijk een belangrijk overlevingszintuig en ik kon van verre al onderscheiden van welke dieren de uitwerpselen waren die ergens lagen. Dagjesmensen die ik soms tegenkwam op de trail, kon ik al van verre ruiken door hun scherpe deodorant, shampoo en parfumluchtjes. Ook al moet ik toegeven dat ik waarschijnlijk zelf ook een redelijk scherpe geurvlag uitzette.
  • Hij hield van de geur van groene zeep.

Betekenis en uitleg van geur

Geur is de aangename of onaangename geur die je kunt waarnemen met je neus. Het is een belangrijke zintuiglijke ervaring die ons helpt om de wereld om ons heen te begrijpen en te waarderen.

Het woord 'geur' wordt vaak gebruikt in de context van eten, bloemen of andere natuurlijke elementen. Je kunt het gebruiken om een ervaring te beschrijven, bijvoorbeeld wanneer je de geur van versgebakken brood ruikt of de frisse geur van regen op droge aarde. De nuance kan variëren van iets prettigs, zoals een zoete geur, tot iets minder aangenaams, zoals een doordringende geur.

Voorbeelden

  • De geur van het bloeiende lavendelveld vulde de lucht met een kalmerende aroma.
  • Toen hij het huis binnenkwam, overviel de geur van gebakken appeltaart hem en deed hem denken aan zijn kindertijd.
  • Na de zware regenval kwam er een frisse geur van aarde op die de natuur weer tot leven leek te brengen.

Woordoorsprong

Het woord 'geur' komt uit het Oudnederlands en is verwant aan het Duitse 'Geruch', wat ook geur betekent. Het heeft zijn oorsprong in de beschrijving van de zintuiglijke waarneming van aroma's.

Veelgestelde vragen over geur

Wat is de betekenis van geur?

geur betekent: (biologie) gewaarwording met de neus van de aanwezigheid van een gasvormige uitwaseming

Welk woordgeslacht heeft geur?

geur is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je geur in een zin?

Voorbeeld: “Hij kwam op de geur af en vroeg onschuldig: "Is er koffie?".

Etymologie

* In de betekenis van ‘wat men ruikt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Uitdrukkingen

  • Er is geen geur of heerlijkheid aanHet heeft geen smaak; (bij uitbreiding) er valt niets aan te beleven
  • Geur makenopscheppen [2], overdrijven, pochen
  • In geuren en kleuren vertellenIets heel gedetailleerd en/of met veel enthousiasme vertellen of uitleggen

Vertalingen

Engelssmell, scent, odour
Fransodeur
DuitsGeruch
Spaansolor
Russischзапах
Turkskoku
Poolszapach
Zweedsdoft