gevaarte

onzijdig (het)/ɣəˈvartə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ding met een gigantische omvang en gewicht
    De zes silo's worden over het water verhuisd. De gevaarten wegen 28000 kilo per stuk en zijn 23 meter hoog.
    De zendmast, een gevaarte van 250 ton, knapte af als een lucifershoutje.
    Kijkend naar de dansende bomen zag hij, dat er achter de rij bomen een groot stenen gevaarte op hen af kwam. {{Aut|Herzen, Frank

Etymologie

*afgeleid van vaart en

Vertalingen

Engelscolossus
Spaanscoloso