gevloek

onzijdig (het)/ɣəˈvluk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aanhoudend vloeken
    Rafaël aspireerde het allerhoogste - ook als jonge kunstenaar. Het is door die oneffenheden in dat jonge werk, het gepruts, gepoets en ongetwijfeld gevloek waarmee correctie op correctie is doorgevoerd, dat de held van later met zijn voeten op aarde komt. Het is alsof de kunstenaar, door de eeuwen heen, zijn adem over je uitblaast. Zacht en plotseling. Net als in het Pantheon. NRC Lucette ter Borg 15 februari 2017

Etymologie

* van vloeken

Vertalingen

Engelscursing