gewaagdheid
vrouwelijk (de)/ɣəˈwaxthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opzettelijke benadering van de grens wat nog aanvaardbaar wordt gevondenNatuurlijk zijn de bruggen van Calatrava vele malen eleganter en meer gedurfd dan onze Rotterdamse Zwaan. Maar stel je nou eens voor dat architect Van Berkel eenzelfde virtuositeit, ijlheid en subtiele gewaagdheid in zijn ontwerp had gelegd als zijn leermeester. Dan was die brug er toch nooit gekomen!
- (kleding) mate waarin delen van het lichaam zo zichtbaar zijn dat het bij veel mensen erotische gevoelens oproeptDe gewaagdheid van zeer lage decolleté's had hij weggenomen door het toevoegen van tussenzetsels.
Etymologie
*afgeleid van "gewaagd"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek