Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

gewasbesproeiing

vrouwelijk (de)/ɣəˈwɑzbəˌsprujɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) besprenkeling van geteelde planten met een vloeistof in fijn verdeelde vorm, om zo vocht, voeding of bestrijdingsmiddelen toe te voegen
    Hij huurde een oude tankwagen, vulde die met zijn brouwsel en reed naar zijn oude vijand, Amadeus von Brakken, die een kleine luchtvaartmaatschappij voor gewasbesproeiing op Zestienhoven exploiteerde.