geweld

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen, goederen of zaken
    Hij is door geweld om het leven gekomen.
    Driekwart van de kinderen van 2 tot 4 jaar heeft thuis te maken met een vorm van geweld, schrijft Unicef in een rapport [https://nos.nl/artikel/2200718-driekwart-peuters-wereldwijd-maakt-thuis-geweld-mee.html www.nos.nl]
  2. woeste niet te temmen kracht
    Het pad slingerde steeds dieper het dal in tot aan een woeste rivier. Ik had zelden zo’n enorme hoeveelheid water gezien. Bruisend en met een enorm geweld stortte het zich het dal door.
    De hemel was hier zo weids, de bergen erachter waren zo massief; het leek alsof hier geen ander geweld mogelijk was dan het geweld van de natuur.

Etymologie

* van Middelnederlands walden heersen en ablaut

Vertalingen

Engelsviolence
Fransviolence
DuitsGewalt
Spaansviolencia
Italiaansviolenza
Poolsprzemoc
Zweedsvåld