gewoontegebaar

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een beweging die men onbewust en automatisch maakt zonder veel betekenis
    Mamoerra raakt steeds meer bevrijd in de liefde en steeds dieper ondergedompeld in de seksuele roes: `Haar vingertoppen zochten de zoom van haar nachtgewaad om het op te tillen, een gewoontegebaar, maar onmiddellijk besefte ze dat ze naakt was. Een fantoomsensatie'. NRC Arjen Fortuin 24 oktober 2003