gezag

onzijdig (het)/ɣəˈzɑx/

Wat is de betekenis van gezag?

gezag betekent: bevoegdheid om ergens beslissingen over te nemen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bevoegdheid om ergens beslissingen over te nemen
  2. aanzien; voldoende kennis hebben om ergens een gefundeerd oordeel over te hebben
  3. de overheid; zij die de wettige macht bezitten

Voorbeelden van "gezag" in een zin

  • Hij heeft niet voldoende gezag om dat voorstel aan te nemen.
  • Het gezag van een voetbaltrainer is vaak bepalend voor zijn succes.
  • Militaire sabotage van die orde van grootte betekende dat Zweden nu ook bij de oorlog betrokken was, verklaarde Oscar met gezag.
  • 'We zijn hier op gezag van schout Slabbaert en de hoofdburgemeester in het stadhuis.
  • De Duitsers hadden het gezag overgenomen en de nieuwe regelgeving was te lezen op een publicatiebord bij de kerk.

Etymologie

* In de betekenis van ‘macht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401

Vertalingen

Engelsauthority, prestige
Spaansautoridad, prestigio