gezag
onzijdig (het)/ɣəˈzɑx/
Wat is de betekenis van gezag?
gezag betekent: bevoegdheid om ergens beslissingen over te nemen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bevoegdheid om ergens beslissingen over te nemen
- aanzien; voldoende kennis hebben om ergens een gefundeerd oordeel over te hebben
- de overheid; zij die de wettige macht bezitten
Voorbeelden van "gezag" in een zin
- Hij heeft niet voldoende gezag om dat voorstel aan te nemen.
- Het gezag van een voetbaltrainer is vaak bepalend voor zijn succes.
- Militaire sabotage van die orde van grootte betekende dat Zweden nu ook bij de oorlog betrokken was, verklaarde Oscar met gezag.
- 'We zijn hier op gezag van schout Slabbaert en de hoofdburgemeester in het stadhuis.
- De Duitsers hadden het gezag overgenomen en de nieuwe regelgeving was te lezen op een publicatiebord bij de kerk.
Etymologie
* In de betekenis van ‘macht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Vertalingen
Engelsauthority, prestige
Spaansautoridad, prestigio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek