gezellig
/χəˈzɛləx/
Wat is de betekenis van gezellig?
gezellig betekent: de kenmerken hebbend van een groep gezellen of een gezelschap
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- de kenmerken hebbend van een groep gezellen of een gezelschap
- de sfeer oproepend van een levendige groep mensen die genoegen scheppen in elkaars aanwezigheid
- sociaal aangenaam (in een gezelschap)
- knus
- leuk, onderhoudend
Voorbeelden van "gezellig" in een zin
- Wat een gezellig diner!
- Het is - natuurlijk een cliché te denken dat kerels lekker even bekvechten en daarna gezellig een biertje aan de bar drinken zonder het nog ergens over te hebben.
- Dit is een gezellige kamer.
- 'Wat bedoel je, Joy?' 'Er is toch wel iéts te doen hier? Een gezellig koffietentje, wat leuke kledingwinkeltjes?' 'Laat die man met rust,' zegt Lot tegen me.
- Dit is een gezellige brief.
Etymologie
van Middelnederlands gesellich, op te vatten als afleiding van gezel met het achtervoegsel -ig, in de betekenis van ‘knus’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Deenshygge
Duitserfrischend, gemütlich
Engelscosy, homely, convivial, nice, engaging
Fransaccueillant, joli, animé, charmant, convivial
nokoselig, intim
nnintim, koseleg
Spaanssociable, íntimo, acogedor
Zweedsmysig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek